Rochdale doet al sinds een paar jaar mee met de projecten van JINC, waaronder de Bliksemstages, Sollicitatietrainingen, TaalTrip, en…. als nieuwste project: Plannen doe je zo! Plannen is tenslotte voor iedereen belangrijk: plan je huiswerk, plan je proefwerken, plan je doktersbezoeken, plan je hondjesuitlaatmomenten, plan je werkzaamheden, en plan vooral óók de leuke dingen, feestjes, relax- en chill momenten; het leven is één grote planning.
En JINC dacht: wie zijn de planners bij uitstek? De secretaresses! JINC benaderde een aantal secretaresses, o.a. van Manpower, ING, AFM, Euronext, en ook mij, met de vraag of wij een vmbo-klas van het ROC Waterlant wilden inwijden in de ‘geheimen’ van het plannen. Natuurlijk wilden wij dat! JINC had een fantastisch lespakket ontwikkeld, met o.a. de agenda van een week uit het leven van onze ‘bazen’, van burgemeester Van der Laan, maar voor de kinderen meer aansprekend: de agenda van DJ Chuckie. Reacties: “Huh…., hij plant zelfs wanneer hij slaapt!” En: “Wow….van Ibiza naar Hawaï en dan naar Sidney?….”. Zij realiseerden zich dat plannen heel belangrijk is. Samen hebben we vervolgens een planning gemaakt voor een weekje school: huiswerk, met op zaterdag een schoolfeest. Hoe zorg je dat je je huiswerk niet vergeet, en wanneer doe je wat bij de organisatie van een schoolfeest?
Ik vond het heel leuk om te zien dat je met het juiste materiaal kinderen super enthousiast kan krijgen om na te denken over de – misschien – wat minder leuke dingen van school en werk. Een prachtige ervaring rijker ging ik terug naar mijn werkplek en om door te gaan met …. Plannen!
Natascha Dijkstra
Secretaresse Raad van Bestuur Rochdale
Brutaal of lef, maar in ieder geval humor; dat is de twijfel en het gevoel wat ik heb overgehouden aan de samenwerking met een puber tijdens een bijeenkomst van JINC. JINC kwam vorig jaar op mijn pad en dankzij JINC kunnen leerlingen op jonge leeftijd kennismaken met het bedrijfsleven. Door middel van allerlei projecten en trainingen ervaren de leerlingen wat voor beroepen er zijn en welke (sociale) vaardigheden ze nodig hebben op de arbeidsmarkt. Zo krijg ik de kans om het Openbaar Ministerie (OM) als werkgever, en in het bijzonder onze OM maatwerkopleiding, goed voor het voetlicht te brengen. Bovendien houden we op deze manier contact met de groep jongeren die straks de arbeidsmarkt bestormen.
Een onderdeel van de Training Sociale Vaardigheden is het telefonisch contact met de werkgever. In een rollenspel bellen de leerlingen mij vanuit de klas en moeten in hun beste Nederlands en zonder veel haperingen de potentiële werkgever zo enthousiast maken dat hij een stageplek beschikbaar stelt. Ik zit alleen in een kamertje op de Parnas met mijn mobiel en handel de telefoontjes van de leerlingen één voor één af. Aangezien mijn Arabisch niet zo sterk ontwikkeld is heb ik nogal wat moeite om de mooie namen, zoals Yasin Aboutaleb, van de leerlingen scherp op mijn gehoorvlies te krijgen.
Het is toch wel essentieel om je naam luid en duidelijk over te brengen. Praktisch gezien omdat ik in mijn rollenspel de leerlingen moet aanmelden bij de receptie zodat ze op “hun eerste stagedag” op het juiste tijdstip worden opgehaald. Uiteindelijk hebben alle leerlingen gebeld en net als ik de kamer uit loop rinkelt mijn mobiel. Geen nummerherkenning, dus ik neem op met Erik van der Velpen, afdeling P&O van het parket Amsterdam. “Met Nico” hoor ik een krachtige stem aan de andere kant van de lijn zeggen. Nico? De Nico’s die ik
privé ken bellen mij niet tijdens werktijd en de Nico van het werk kent mijn privénummer niet. Raar! “Dag Nico, wat kan ik voor je betekenen?” “Ja, ik sta beneden bij de receptie. Dit is mijn eerste werkdag, en ik weet niet waar ik naar toe moet”. De lichte paniek die ik in zijn stem hoor, slaat over naar mijn P&O-genen. Ik storm onze P-kamer binnen en vraag of mijn collega’s onze nieuwe aanwinst Nico kennen en waarom hij nog niet is opgehaald? Vragende blikken zijn het antwoord op mijn brandende vragen; ook zij kennen geen Nico.
Ik hervat het telefoongesprek en probeer slinks te achterhalen bij welke afdeling Nico van start gaat zodat ik actie kan ondernemen. Na enige tijd hoor ik op de achtergrond hard gelach afkomstig uit de strotjes van 15 jonge pubers. Langzaam bekruipt mij het gevoel dat ik vreselijk in de maling ben genomen. Yasin staat in het Arabisch voor “de profeet”. Tegen de stroom in van een mislukte multiculturele samenleving geeft deze humoristische toekomstvoorspeller mij het gevoel dat alles goed komt.
Erik van der Velpen
Openbaar Ministerie
Alsof ik zelf ga solliciteren stap ik dinsdagochtend licht nerveus in de auto richting Amsterdam Bijlmer. Ik ga voor JINC, een stichting gesteund door de Deloitte Fair Chance Foundation, een sollicitatietraining geven aan VMBO scholieren. Hoe zou het bevallen om voor een klas 16-jarige pubers te staan en wat zou me te wachten staan in de Bijlmer?
Een half uur later word ik bij de deur van de school opgevangen door een leerling en naar een lokaal met trainers gebracht. Precies op dat moment gaat de bel en kom ik in een meute dringende pubers terecht. Het tafereel roept direct herinneringen op aan mijn eigen middelbare schooltijd. Ik zie kleine jongetjes met te grote boekentassen en een glinsterende beugel op weg naar een klaslokaal. Een verschil met mijn eigen Brabantse school is dat allochtone leerlingen hier eerder regel dan uitzondering zijn.
Na wat laatste instructies begin ik de training in een derdeklas VMBO met als specialisatie sport. Het merendeel van de leerlingen zit al onrustig heen en weer te schuiven, als een laatkomer binnenkomt. Tot mijn verbazing komt hij keurig een hand schudden. We starten de training met een introductierondje. Naast voetbal worden vooral gamen en “chillen” genoemd als hobby’s. Sommige leerlingen hebben een bijbaantje, maar veruit de meeste leerlingen hebben nog geen enkele ervaring met solliciteren.
Met mijn medetrainster speel ik vier keer een rollenspel. Eén leerling solliciteert en de rest van de klas beoordeelt hoe de kandidaat het doet. Het is een hele uitdaging om de aandacht van de leerlingen vast te houden. Dankzij de afwisseling van vragen in ons rollenspel en onze inleving in de rol van werkgever (o.a. winkeleigenaar, hovenier, manager van een promotiebureau) lukt dat gelukkig aardig. Ook geven we praktische tips over het opstellen van een c.v. en sollicitatiebrief. Aan het einde van de les beantwoorden we nog wat vragen en dan is het tijd voor de volgende klas.
Na nog een training van 1,5 uur zit ik weer in de auto onderweg naar mijn middagafspraak. De ochtend evaluerend realiseer ik me dat ik vroeger best wat beter had mogen opletten in de klas. Pas als je zelf aan de andere kant staat merk je hoe storend het is als een leerling met iets anders bezig is. Het meest waardevolle was echter de positieve energie die ik gekregen heb van de leerlingen, die ongeacht hun afkomst of achtergrond allemaal een bijdrage leveren aan de dynamiek in de klas.
Op de radio vang ik een discussie op rond de stelling dat de Nederlandse multiculturele samenleving mislukt is. Het contrast met mijn eigen ervaring in de ochtend kan niet groter zijn. Ik bedenk mij dat ik een aantal leerlingen het advies heb gegeven hun tweede taal (bijvoorbeeld Marokkaans) op hun c.v. te vermelden. Ik hoop maar dat een toekomstige werkgever net als ik de positieve aspecten van culturele diversiteit zal zien.
Ida Sanders
Deloitte
http://www.werkenbijdeloitte.nl/blog/357/ida-sanders/voor-de-klas-in-de-bijlmer.html
Vol energie fiets ik in het zonnetje terug naar kantoor. Ik heb de ochtend doorgebracht bij de Visio Comeniusschool, waar zes blinde en slechtziende leerlingen in gesprek gingen met hun Carrière Coach. Een school waar de docenten en medewerkers hun leerlingen goed kennen. Niet alleen hun namen, maar vooral ook hun dromen, zorgen, talenten en twijfels. Voeg daar twee topmanagers uit het bedrijfsleven aan toe die 1 op 1 met de kinderen in gesprek gaan over hun toekomst, en je hebt zes kinderen die zich de komende weken vol energie met hun toekomst bezig gaan houden. Onderzoeken wat wél kan, met een beetje hulp hier en daar. Als de leerlingen één voor één uit hun gesprek komen, zie ik al aan hun gezicht dat het goed zit. “Ik dacht dat het een heel serieus gesprek zou zijn met een serieuze meneer,” aldus Marly glimlachend over haar coach, directeur bij ING en zelf ook slechtziend. “Maar het was heel gezellig!” Visagist worden blijkt geen haalbaar plan, maar de komende weken gaan ze onderzoeken welke mogelijkheden de beauty-wereld haar wel te bieden heeft. Achmed ziet vooral op tegen het solliciteren. “Dat lijkt me nou echt lastig voor mij, maar gelukkig mag ik gaan oefenen met de personeelsmanager van mijn coach!” Een strenge dame, waarschuwt deze. Achmed ziet alleen maar kansen: hij wil getest worden, het moet zo realistisch mogelijk zijn. Niks zielige kinderen, niks fluwelen handschoentjes. Nergens voor nodig ook, besef ik me. Alleen al de aanwezigheid en aanpak van de ING-directeur is een inspirerend en hartverwarmend voorbeeld voor de leerlingen. Én voor mijzelf. Tot de top, zo ver kun je het dus schoppen, ook met een beperking. Eenmaal aangekomen op kantoor wacht weer een berg werk. Geen probleem, energie genoeg na zo’n ochtend. Doe mij nog maar meer van dit soort dagen in 2011!
Hanneke Hoogwegt
Projectmedewerker Carrière Coach
De bel gaat. Ik loop het klaslokaal binnen, zet mijn tas neer en ga zitten. De les begint zo. Alleen ben ik hier vandaag niet als leerling. Mijn middelbare schooltijd ligt al ver achter me, maar het is nog precies als toen. Aan de wand van het lokaal hangt een kaart van het Romeinse Rijk, achterin wat vergeelde krantenknipsels. Waarschijnlijk hingen ze er al toen de huidige leerlingen nog niet eens naar de kleuterschool gingen. Ik ben hier samen met mijn JINC-collega Donate. Zij geeft de Training Sociale Vaardigheden, die ik normaal gesproken alleen achter de schermen begeleid. Maar vandaag ‘speel’ ik docent, werkgever en ouder tegelijk. De jongens en meisjes van de 2e klas hebben een situatie bedacht waar ze tegenaan lopen op school, thuis of bij hun bijbaantje. In een rollenspel brengen de leerlingen hun probleem bij mij ter sprake. De rest van de klas let op en geeft feedback. Ik zou het vroeger doodeng hebben gevonden, zo’n rollenspel voor de klas, maar ik zie hoe leerzaam het is. Intussen leef ik me uit en switch van moeder die met haar zoon onderhandelt over een schildpad als huisdier tot docent die een leerling beter leert plannen. Erg leuk om te doen, wat een schattige kids en wat goed om eens zelf te ervaren wat je normaal achter de schermen regelt!
Sonja ‘t Mannetje
Projectmedewerker Training Sociale Vaardigheden
“De leerlingen waren rustig en deden met alle opdrachten goed mee,” aldus Apotheek Oog in Al over de Bliksemstage met 10 vmbo-leerlingen van het Via Nova College. Mooi, niets meer aan doen, dachten wij bij JINC in Utrecht. Nietsvermoedend schuiven wij even later aan bij de contactpersoon van het Via Nova. Hij is boos. Niet op ons, maar op een paar leerlingen die zich misdragen hebben bij diezelfde apotheek. Misdragen, reageren wij verbaasd? De leerkracht start de laptop op en opent zijn mailbox. Een tiental excuusmailtjes van leerlingen vullen het scherm: “Ik heb me vandaag misdragen bij de apotheek, dat was wel dom van mij. Het ging eigenlijk om niks. Y. en ik die hebben een dropje in H. zijn nek gedaan want we dachten dat het grappig was. Maar hij reageerde anders, hij werd boos en ging slaan en duwen.” En: “Sorry dat ik gevochten heb, ik zal het nooit meer doen in de apotheek. Ik hoop dat je niet slecht over mij denkt en over de school. Het spijt me echt. Groetjes van H. ps: ik wens jullie een feine dag.” Het is duidelijk: de leerlingen hebben door het daadkrachtige optreden van hun leerkracht hun lesje wel geleerd. Rest ons niets dan hun gedrag te belonen. Met een grote glimlach sturen wij ze een persoonlijk briefje…mét een zakje ‘Zwart Witjes’. Hopelijk belanden deze dropjes dit keer in hun mond!
Ellen Blomberg
Projectmedewerker Utrecht
Op donderdagochtend 25 november stap ik binnen bij PostPanic, een bedrijf waar visuele projecten worden bedacht en gemaakt. Het bedrijf staat volledig in de startblokken voor de Ambachtendag. De camera’s staan gereed, outfits liggen klaar en het digitale voorwerk is gedaan. Vandaag maken 9 leerlingen van basisschool De Brink kennis met het nieuwe ambacht van filmmaker.
De kinderen komen stipt op tijd binnen en nemen plaats aan een grote vergadertafel. Ze zijn direct enthousiast als ze horen wat de ochtend hen gaat brengen. De contactpersoon van PostPanic vertelt dat ze een videoclip gaan opnemen op de muziek van Black Eyed Peas – I Gotta Feeling. “Kennen jullie dit nummer?” Ze is nog niet uitgesproken of de eerste leerling zet het nummer al in. De anderen volgen direct en voor je het weet schalt het nummer door het gebouw. “Here we come, here we go, we gotta rock!” Lachend verzamelen alle medewerkers van PostPanic zich in de vergaderzaal. De toon is gezet!
De Bliksemstage is een groot succes. “Jammer dat ik hier nog niet kan werken,” zucht één van de kinderen. Ze zijn bezig met het bewerken van de filmbeelden die zojuist zijn opgenomen in de studio. Op de beelden zien ze zichzelf in fantastische outfits uit hun dak gaan. Lady Gaga en Beyoncé zijn er absoluut niets bij. En met alle special effects en flitsende achtergronden beginnen de beelden steeds meer op professionele films te lijken. De kinderen zijn tijdens de Bliksemstage niet alleen de filmsterren, ze leren ook hoe ze beelden kunnen bewerken en omtoveren tot echte videoclips. Wellicht dus een aantal nieuwe ambachtslieden? Of misschien toch potentiële Idols…
Janneke Alink
Projectmedewerker Bliksemstage
Op vrijdagochtend komen er 14 leerlingen van de Hasselbraam op bezoek op een bouwplaats van Ymere. Tien jongens en vier meiden van een jaar of 10. De Hasselbraam is een school voor speciaal onderwijs; voor kinderen met leerproblemen en kinderen die druk zijn en snel afgeleid. Ze komen op een TaalTrip en hebben er zin in. Ze hebben hun mooiste kleren aan, niet echt een geschikte outfit voor op een bouwplaats, maar die middag is er een afscheidsfeestje op school van de gymjuf.
De kinderen worden ontvangen door mensen van Ymere. Die hebben het bezoek tot in de puntjes voorbereid, van pakjes chocomel tot tassen vol gadgets. De opzichter leidt de leerlingen rond over de bouwplaats en laat hen ondertussen de woorden van deze TaalTrip zien: constructie, fase, beton, isolatie. De kinderen vinken de woorden af op hun stempelkaart. Er is veel te zien, jammer dat ze niet in de hijskraan mogen.
De metselaar leert hen hoe je een muurtje metselt en de tegelzetter laat hen een wandje betegelen. Vooral de dames doen dat keurig netjes; gloeiend van trots nemen ze de complimenten van de instructeurs in ontvangst. Damien, de enige blonde jongen in de klas, staat te springen van enthousiasme. ‘Mag ik helpen? Mag ik deze handschoenen echt houden?’ Als een echte bouwvakker hangt hij ze aan zijn broekriem. Zijn vader werkt ook in bouw, vertelt hij. Zijn kleren zitten onder het cement, maar dat maakt hem niet uit. De begeleidster van Ymere hoopt dat zijn moeder er net zo over denkt.
De leerkracht is onder de indruk van de gastvrijheid van het bedrijf. En dat er zo vertederd op de leerlingen gereageerd wordt. ‘Dat gebeurt niet zo vaak bij onze leerlingen’, zegt ze. ‘Vaak vinden mensen hen vooral erg druk.’ Dan is het tijd om te gaan. Ik loop een stukje met de groep mee. Een paar meisjes lopen voor me met elkaar te praten. Ze hebben niet door dat ik hen hoor. ‘Het is de mooiste dag van mijn leven,’ zegt één van de meisjes. De anderen beamen dat. Hier doe ik het voor, denk ik als hen de straat zie oversteken, terug naar school. Wat is dit toch een leuk project.
Ciska Drenth
Projectleider TaalTrip
Dat een sollicitatietraining je beeld verruimt geldt niet alleen voor de leerlingen zelf. Ook voor veel trainers is de training een eye-opener, merk ik vaak tijdens briefings. Het eerste wat er bij hen opkomt bij jongeren is vaak: onderuitgezakte ongeïnteresseerde pubers, straatcultuur en multicultureel: een totaal andere wereld dan hun vertrouwde werkomgeving. Laatst sprak ik een trainer na afloop van een sollicitatietraining op het Marcanti College. “Ik dacht dat er op de school nagenoeg geen autochtone leerlingen aanwezig zouden zijn en dat alle leerlingen van buitenlandse afkomst zijn. Tijdens de sollicitatietraining bleek echter dat het voor 80% kinderen zijn die gewoon in Nederland geboren zijn.” Veel trainers hebben toch dat soort stereotype beeld van de Amsterdamse vmbo-leerling. Niet onbegrijpelijk weet ik uit mijn sociaal psychologische achtergrond: stereotypes worden vaak onbewust gebruikt om de complexe werkelijkheid te vereenvoudigen en daarmee te begrijpen. Juist daarom ben ik erg blij dat deze stereotypen worden bijgesteld en trainers met een realistisch beeld van jongeren weer terug naar hun werk gaan. Ik wens alle medetrainers dezelfde ervaring toe. Dat zou wellicht een boel vooroordelen in dit land schelen.
Inge Verberk
Projectmedewerker Sollicitatietraining
Ik lees de verslagen van kinderen die op Bliksemstage zijn geweest bij Zeeman. Ze hebben het allemaal over ‘lebbella’. Huh? Het duurt even voordat ik doorheb dat ze hiermee het labelen van kleding bedoelen. Ik ben in de buurt, dus wip even langs om te horen hoe de filaalmanager het bezoek heeft ervaren. Ze vertelt lachend dat ze op de ochtend zelf een paar drukke leerlingen voorbij zag komen en dacht “waar ben ik aan begonnen”. Ze was blij dat die doorliepen naar de Blokker. Mmm, daar moet ik zo nog langs… Enthousiast vertelt ze dat het programma goed werkte: in kleine groepjes achter de kassa, kleding opvouwen, dozen uitpakken en achter de computer. Ook een professionele uitstraling komt aan de orde: “Ik heb geleerd hoe je de mensen goeiedag moet wensen.” Het is duidelijk: de Zeeman doet graag weer mee. Dan is de Blokker aan de beurt. Ik loop er met een licht ongerust gevoel heen, maar wordt met een stralende lach ontvangen door de manager. “Drukke kinderen? Geen sprake van! Je moet ze lekker bezighouden en veel vragen stellen, dan komt het helemaal goed.” Hij heeft zelfs al een telefoontje gepleegd naar zijn collega in Kanaleneiland, weer een Blokker erbij! Zo zie je maar.
Hannah Wiegerinck
projectleider JINC Utrecht
Ik ben te gast bij het Wellantcollege om leerlingen voor te bereiden op Ondernemen doe je zo! Toen ik aankwam was ik blij verrast! Alle leerlingen waren keurig voorbereid, met PowerPoint presentatie en al. Ik voel me net een koningin op haar troon, zo voorin de klas. Het licht wordt gedempt, het smartboard gaat aan. Opeens kijken twee zwoele ogen in zwembroek me aan. Het is Kai op het strand. Aangenaam kennis te maken! Hij houdt van het strand, later wil hij zijn eigen strandtent. De volgende is Samira. De schelle stem die ik voor de presentaties overal boven uit hoorde tetteren is veranderd in een klein trillend stemmetje. Haar hobby’s zijn uitslapen en shoppen. Ze loopt stage in een nagelstudio, maar haar toekomstdroom ligt heel ergens anders: ze wil advocaat worden. Dat ze het uitslapen dan wel kan vergeten, vertel ik nog maar even niet. Na de ‘informatieve’ presentaties leg ik uit wat de leerlingen te wachten staat. Tien weken lang mogen ze gaan snuffelen aan het ondernemersvak. Ze gaan op bezoek bij kapster Malika, een échte ondernemer en mogen zelfs advies geven over haar bedrijfsvoering. Na de herfstvakantie zijn ze uitgenodigd bij het hoofdkantoor van ING op het Bijlmerplein. Een leuk uitje zou je zeggen. Maar sommige leerlingen denken daar anders over. ‘Ik ga echt niet naar het Bijlmerplein hoor, dan moet ik eerst een kogelvrij vest kopen.’ Docent Sander stelt me gerust. ‘Ze sputteren nu wat tegen, maar uiteindelijk vinden ze het geweldig hoor. Het is heel goed dat ze even uit hun eigen wereldje worden gehaald.‘ Opgelucht stel ik vast dat de leerlingen bij mijn vertrek toch voorzichtig positief zijn over het project. Ik heb er in ieder geval veel zin in!
Marloes Bakema
Projectleider Ondernemen doe je zo!
“Het idee dat het mis gaat met de jeugd is zo oud als de wereld. Wij volwassenen hebben altijd zorgen over de toekomst, en jongeren zijn altijd anders. Dat merk ik ook op scholen. Docenten die klagen dat vmbo-leerlingen niets willen. Die leerlingen willen van alles, alleen vaak niet wat wij willen!” Ik luister naar Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek. Hij spreekt de medewerkers van Ymere toe over de ontwikkeling van jongeren. Zijn woorden maken indruk. De man vertelt boeiend en zonder franje. De grote vraag is natuurlijk, hoe overbrug je die kloof? Volgens de Winter begint het bij gewoon simpel contact. Ouders, buren, leerkrachten en kennissen die om je geven, naar je luisteren, je motiveren en je aanspreken als je over de schreef gaat. Het hebben van een netwerk is een essentiële voorwaarde om te kunnen slagen in het leven. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de kans op narigheid zoals kindermishandeling en criminaliteit het grootst is in buurten waar mensen elkaar nauwelijks kennen. En dat kan dus ook in die dure villawijk zijn. Ik denk aan mijn volksbuurtje in Amsterdam Noord en glimlach. Toen ik laatst per ongeluk mijn autosleutel liet zitten, stond de buurman binnen een kwartier op de stoep. Verbindingen in een buurt zijn dus nodig. Zien hoe het in andere gezinnen eraan toe gaat en voorbeelden krijgen van hoe het ook kan. Trots denk ik aan het steentje dat JINC daarin bijdraagt. De koppeling tussen bedrijven en kinderen uit de buurt. Ik had nooit eerder bedacht dat zij eigenlijk ook een schakel zijn in het opvoedkundige proces van een kind. En ook nog een hele noodzakelijke. Na deze inspirerende lezing geef ik mijn workshop. Weliswaar niet zo geroutineerd als De Winter, maar wel met een goed gevoel.
Gerlinde van Raalte
Adjunct directeur
Het wereldje van deze kinderen is heel klein. Toen we laatst op schoolreisje waren zei iemand: “Juf, is dat een echte koe?” Ik praat met Charlotte, docent op de OBS Overvecht, over het belang van Bliksemstages. “In groep 7 zijn ze nog niet bezig met wat ze later worden, maar toch gaat er een wereld voor ze open als ze bij een bedrijf kijken. Vorig jaar werden de leerlingen opgehaald van school in grote auto’s door Ballast Nedam. Daar is nog lang over nagepraat.” Charlotte staat dit jaar voor de uitdaging om haar groep 8 kinderen middelbare school-proof te maken. Het wordt nog een hele klus. De uitslagen van de entreetoets* liegen er niet om. Op enkele uitzonderingen na, zit het grootste gedeelte van haar leerlingen op het niveau van midden groep 6. Taalachterstand is hier de belangrijkste oorzaak voor. Het is heel lastig om het niveau te volgen als Nederlands niet je moedertaal is. “Juist daarom is het zo goed dat leerlingen ook buiten school zien hoe het werkt in de wereld. Hoe structuren in bedrijven werken; dat een caissière ook pauze heeft, of wat er gebeurt met een lading nadat het binnenkomt van transport.” Als ik terugkom bij mijn (net gekochte) auto hangen er drie jongentjes op de bumper. Ik schrik, maar ontdooi al snel als de oudste vraagt: “Bent u een nieuwe juf?” Ze vertellen enthousiast dat ze juf Charlotte wel kennen. Op mijn vraag of ze het leuk vinden op school, knikken ze driftig ja. Opgelucht ga ik naar huis, met zo veel eagerness en goede begeleiding komen ze er vast wel.
Gerlinde van Raalte
Adjunct directeur
(meer…)
Een oud leerling staat voor de deur. Ze wordt met open armen en drie dikke zoenen ontvangen. Ik krijg er bijna tranen in de ogen van. Wat een warmte en betrokkenheid. En dat op een vmbo-school. Niet dat ik iets tegen scholen heb, integendeel. Diep respect heb ik voor leerkrachten die elke dag weer orde in de chaos van honderden pubers aanbrengen. Meestal voel ik me een beetje verloren als ik in de aula sta te wachten op een afspraak om een project te bespreken. Hoe anders is het op het Gregorius College in het hartje van Utrecht. Een kleine havo/ vmbo school. ‘Onze leerlingen zijn zo leuk’, vertelt decaan Elke Sanders enthousiast. ‘Eerst vinden leerlingen, en vooral hun ouders, het een teleurstelling dat ze naar het vmbo moeten. Maar na een paar maanden is dat volledig anders.’ Over een paar weken gaan ze met z’n allen op werkweek naar Terschelling. Maar één leerling is eerder op een eiland geweest. Ze doen er grondboringen en opdrachten met kompas. Maar bovenal gaan ze genieten en lol maken. Alle docenten gaan mee. En dat is nou juist de kracht. Want na zo’n week is de groep hecht en ligt er een stevige basis voor de komende jaren. Nadat we onze briefing hebben afgerond verlaat ik met hernieuwde energie en een positief gevoel de school. Lange leve de kleinschaligheid en positieve docenten!
Gerlinde van Raalte
Adjunct directeur
“We moeten iets met sociale media”, roept onze directeur. ”Iedereen doet het! Zal ik mijn 439 contacten van Linkedin een uitnodiging sturen voor de JINC Amsterdam Groep?” Ik laat zijn woorden bezinken. Is dat zo, moeten wij als JINC iets met sociale media? Wie zit er nou op berichtjes van ons te wachten? Hebben die mensen dan niets beters te doen? Op dat moment krijg ik een telefoontje van Leonie. Ze studeert Communicatie aan de UvA en wil onderzoek doen naar de rol van nieuwe media in bedrijven. Ze komt als geroepen. Ik vraag haar om mijn twijfels te onderzoeken. Een paar maanden later presenteert ze haar conclusies. Van de 120 mensen die de enquête hebben ingevuld geeft 80% aan vaker van ons te willen horen en mee te willen praten over onze projecten. En ja, 90% zou dat willen via Linkedin. Nou vooruit dan maar. JINC goes social. Het moet natuurlijk ook wel kunnen, want we beleven genoeg. Elke dag weer worden we ontroerd door de leuke reacties of prachtige tekeningen van kinderen. Of zijn we gefrustreerd omdat projecten niet gaan zoals we willen. Dat varieert van onwillige docenten, tot bedrijven die op het laatste moment afbellen voor een Bliksemstage. En tussen de bedrijven gebeurt ook genoeg; zo zijn er geldzorgen, ict stress en ethische kwesties waar we een oordeel over hebben. Onze vrijgezelle collega’s worden namelijk wel eens uitgenodigd voor een biertje door getrouwde vrijwilligers. Tsja, genoeg stof om over te schrijven dus.
Wordt vervolgd!
Gerlinde van Raalte
Adjunct directeur